Tag: publieke sturing

Samenwerking gemeenten bedreigt lokale democratie

Landelijke enquete onder raadsleden

 Bron: Raadslid.nu

DEN HAAG, 13 JANUARI 2014 – Het toenemend aantal gemeenschappelijke regelingen vormt een bedreiging voor de lokale democratie, vindt 7 op de 10 raadsleden. Voor 4 op de 10 raadsleden wordt door regionale samenwerking de gemeenteraad minder belangrijk. De gemeenteraad, volgens de wet het hoogste bestuursorgaan, is voor 3 op de 10 raadsleden niet meer het meest invloedrijke orgaan in de gemeente.

Dit zijn de drie belangrijke uitkomsten uit de landelijke enquête onder alle raadsleden, die is gehouden door Overheid in Nederland in opdracht van Raadslid.Nu, de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, over samenwerking en herindeling.

Toch is het samen uitvoeren van taken door gemeenten in gemeenschappelijke regelingen voor het overgrote deel van de raadsleden (68 procent) onvermijdelijk. Zij vinden dat de eigen gemeente niet in staat is om zelfstandig alle taken uit te voeren. Een van de redenen daarvoor is een tekort aan ambtenaren. Gemeenten voeren soms wel 20 taken samen met diverse andere gemeenten uit in gemeenschappelijke regelingen. Slechts een beperkt deel (22 procent) van de raadsleden denkt dat hun gemeente alle taken zelfstandig kan uitvoeren.” Lees meer >

Download rapport

Global Risk Report 2014

By World Economic Forum

“The Global Risks 2014 report highlights how global risks are not only interconnected but also have systemic impacts. To manage global risks effectively and build resilience to their impacts, better efforts are needed to understand, measure and foresee the evolution of interdependencies between risks, supplementing traditional risk-management tools with new concepts designed for uncertain environments. If global risks are not effectively addressed, their social, economic and political fallouts could be far-reaching, as exemplified by the continuing impacts of the financial crisis of 2007-2008.

The systemic nature of our most significant risks calls for procedures and institutions that are globally coordinated yet locally flexible. As international systems of finance, supply chains, health, energy, the Internet and the environment become more complex and interdependent, their level of resilience determines whether they become bulwarks of global stability or amplifiers of cascading shocks. Strengthening resilience requires overcoming collective action challenges through international cooperation among business, government and civil society.” Read more >

Eindrapportage beoordeling transitiearrangementen

De Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd is een onafhankelijke commissie door de Rijksoverheid, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Inter Provinciaal Overleg om de voortgang van de decentralisaties van alle jeugdhulp naar gemeenten te volgen.

Managementsamenvatting (p3)
“De TSJ heeft ingestemd met het verzoek van de bestuurspartners (Rijk, VNG en IPO) om de RTA’s voor het realiseren van zorgcontinuïteit, continuïteit van zorginfrastructuur en beperking van de frictiekosten te toetsen. De TSJ neemt deze taak op zich vanuit het besef dat gemeenten, aanbieders, BJZ’s en andere partners voor een majeure operatie staan die zijn weerga niet kent en die bovendien met een grote bezuiniging gepaard gaat. Het is cruciaal dat deze decentralisatie zorgvuldig gebeurt. De TSJ bepleit al geruime tijd de weg van geleidelijkheid (de ‘zachte landing’) en ziet dat in de regio’s aan deze ‘zachte landing’ wordt gewerkt, maar dat er nog veel moet gebeuren. De TSJ herhaalt haar conclusie uit de tussenrapportage dat het proces van de totstandkoming van de RTA’s hiervoor buitengewoon waardevol is gebleken.

De TSJ concludeert in deze eindrapportage dat de doelstellingen van de RTA’s (zorgcontinuïteit, behoud van  zorginfrastructuur en beperking van de frictiekosten) op dit moment niet zijn gehaald, met als belangrijkste reden dat tot op de dag van vandaag te veel onduidelijkheid over het macrobudget bestaat als randvoorwaarde voor het maken van regionale afspraken. Het is de TSJ gebleken dat de afspraken in vrijwel alle RTA’s zijn gebaseerd op de veronderstelling dat het macrobudget van de meicirculaire 2013 niet juist is berekend. Die veronderstelling is gevoed door het proces van de totstandkoming van het RTA’s, waarbij in de regio’s een uitvraag bij zorgaanbieders heeft plaatsgevonden over het zorggebruik in de regio. Pas wanneer er meer duidelijkheid voor een regio over de juiste inschatting van het budget bestaat en de regio deze naar de inhoud van het RTA kan vertalen, valt een conclusie te trekken over het behalen van de doelstellingen van de RTA’s. Regio’s, aanbieders en BJZ’s, die ondanks het ontbreken van de noodzakelijke randvoorwaarde van helderheid over het macrobudget tot afspraken zijn gekomen, verdienen dan ook een groot compliment.

De bestuurspartners hebben benadrukt dat de TSJ de beoordeling moet maken aan de hand van de eisen die zij aan de RTA’s hebben gesteld en dat zij zich aan het oordeel van de TSJ zullen committeren. In dat licht moet de TSJ concluderen dat geen enkele RTA aan alle eisen van de opdrachtgevers voldoet.

De afstand tussen de RTA’s en het behalen van de doelstellingen (zorgcontinuïteit, continuïteit van zorginfrastructuur en beperking van frictiekosten) is in elke regio niet even groot. Dat stelt de TSJ in staat om de regio’s in deze eindrapportage een kwalificatie te geven, die zich richt op de potentie om de doelstellingen van de RTA’s alsnog tijdig te realiseren zodra de randvoorwaarden hiervoor zijn gerealiseerd (vooral helderheid over het macrobudget).

  • In de eerste categorie vallen die regio’s die òf al met aanbieders afspraken hebben gemaakt over zorgcontinuïteit en behoud van zorginfrastructuur òf met helderheid over het beschikbare budget snel tot afspraken kunnen komen.
  • In de derde categorie plaatst de TSJ enkele van de 41 regio’s waarvan de TSJ om verschillende redenen niet verwacht dat zij tijdig met aanbieders afspraken maken.
  • Daartussen zit een grote middengroep van regio’s in de tweede categorie, die met extra maatregelen, processtappen en voorbereidende werkzaamheden nog tijdig afspraken met aanbieders kunnen realiseren. De ene subgroep van regio’s in deze categorie heeft grotendeels concrete afspraken met aanbieders gemaakt, maar het RTA bevat op enkele onderdelen aandachtspunten. De andere subgroep maakt goede stappen om de komende periode afspraken met aanbieders te concretiseren, maar de TSJ vindt het van belang dat de bestuurspartners bij deze regio’s een vinger aan de pols houden.

Regio’s en aanbieders geven aan dat de ingeslagen weg van de RTA’s de juiste is om de doelstellingen van de RTA’s te behalen. De TSJ kan dit op grond van de beoordeelde RTA’s en de gevoerde gesprekken alleen maar bevestigen. De TSJ beveelt daarom aan de samenwerking tussen gemeenten, BJZ’s, aanbieders en huidige financiers op regionaal niveau voort te zetten en daar waar nodig te intensiveren.

Tegelijkertijd wil de TSJ helder maken dat het niet te verwachten is dat met voortzetting van dit proces (of met welk alternatief traject dan ook) de doelstellingen van zorgcontinuïteit, behoud van zorginfrastructuur en het beperken van frictiekosten kunnen worden bereikt als er geen maatregelen worden genomen om de door de TSJ gesignaleerde risico’s te beheersen. Het belangrijkste risico betreft de onduidelijkheid rond het macrobudget dat gemeenten in 2015 krijgen. Voortduren van onduidelijkheid en onzekerheid hierover is naar de mening van de TSJ een ‘showstopper’.

Verder constateert de TSJ drie verschillende soorten risico’s voor de doelstellingen van het RTA: (1) risico’s die zich buiten het decentralisatieproces jeugd bevinden (bijvoorbeeld de uitwerking van de beleidsmaatregelen op het gebied van de GGZ in het algemeen), (2) risico’s binnen de decentralisatie jeugd die het niveau van afzonderlijke gemeenten en regio’s overstijgen en door de bestuurspartners moeten worden opgelost (bijvoorbeeld de regie op de veranderopgave van de BJZ’s) en (3) risico’s die het gevolg zijn van de werkwijze van de regio’s en die de regio’s zelf moeten beheersen (bijvoorbeeld snelle duidelijkheid over de bekostigingssystematiek).

De TSJ benadrukt het belang dat bestuurspartners de juiste randvoorwaarden scheppen en dat de regio’s de vaart in het proces blijven houden om de verdere voorbereiding, operationalisering en implementatie bij gemeenten tijdig uit te voeren in de aanloop naar 1 januari 2015. De TSJ hecht er tenslotte aan dat ook aanbieders hun verantwoordelijkheid blijven nemen en constructief blijven meewerken aan de transitie.” Download rapport >

 

Aanbiedingsbrief
Aanbiedingsbrief en reactie van staatssecretaris Van Rijn (VWS) mede namens staatssecretaris Teeven (VenJ) aan de Tweede Kamer bij de eindrapportage van de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ) over de inhoud en totstandkoming van de regionale transitiearrangementen (RTA’s) omvat conclusies en aanbevelingen. Download aanbiedingsbrief >

Nederlandse overheid kan de wereld niet managen

Door Robert ’t Hart

Afgelopen 12 november was ik bij de uitreiking van het advies van de  Raad voor het openbaar bestuur (Rob)  “Belichaming van de kundige overheid“.   Een lastige titel,  maar simpel gezegd gaat dit advies over hoe bestuurders keuzes over risico’s maken, hoe ze hier en over incidenten communiceren.  Een paar opvallende uitspraken uit  dit prima adviesrapport wil ik toelichten en waarvan ik hoop dat deze in de praktijk gebruikt gaan worden.

Risico? Aanvaarden of pech?
Terecht stelt de raad vast dat niet alle risico’s te voorkomen of uit te sluiten zijn. De Raad benoemt risicoaanvaarding als een onderwerp van politieke besluitvorming; risico’s worden alleen geaccepteerd als er voordelen tegenover staan en gaat over de morele keuzes rondom de verdeling van risico’s. De huidige praktijk is dat bestuurder moeite heeft over risico’s te spreken met als gevolg dat hoe stelliger de overheid roept dat een project veilig is, hoe groter de weerstand en het wantrouwen jegens dat project. Lees meer >

Onderzoek “What if”

Onderzoek “What if” over crisismanagement en meerlaagsveiligheid ziet belangrijke rol voor Deltaprogramma

Bron: Deltacommissaris

Deze week verscheen het onderzoek “What if…?” over crisismanagement en meerlaagsveiligheid. Het onderzoek is uitgevoerd door Dykstra International Emergency Management (DIEM) als een korte strategische verkenning op basis van internationaal ontwikkeld gedachtegoed. Opdrachtgever was het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Eén van de aanbevelingen is dat er een belangrijke rol is weggelegd voor het Deltaprogramma. Met vertegenwoordigers uit het hele veld van waterveiligheid en crisismanagement is in workshops gewerkt aan ideeën voor verbetering van het crisismanagement binnen de aanpak van waterveiligheid.

Aanbevelingen zijn onder andere dat op het gebied van crisismanagement, de derde laag MLV, veel meer kan worden samengewerkt met de bedrijven die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de Vitale Infrastructuur. Ook kunnen de veiligheidsregio’s meer kunnen worden betrokken bij de derde laag MLV en kan er nog meer gebruik gemaakt kan worden van internationale ervaring zoals verkregen uit rampen als New Orleans, Fukushima en de overstromingen in Pakistan en Thailand. Het Deltaprogramma zou op het gebied van crisismanagement een belangrijke rol kunnen spelen. Lees meer >

Risicocultuur en foutencultuur

Bron: Robert ’t Hart

Foutencultuur
Een verantwoordelijke en risicoalerte cultuur verkrijgen. Dat is voor veel organisaties de drijfveer om te starten met risicomanagement. Toch blijkt dit in de praktijk een grote uitdaging. Want de bestaande foutencultuur van de organisatie wordt vaak gezien als een ‘doos van Pandora’. Er bestaat grote angst die open te maken.
Wat is dat eigenlijk: een foutencultuur?  Je kunt het omschrijven als de manier waarop een organisatie omgaat met fouten. In de ideale wereld zou je als organisatie leren van elkaars fouten zodat iedereen beter gaat presteren. Uit onderzoek naar foutenmanagement blijkt ook dat een positieve foutencultuur een goede invloed heeft op de prestaties van de organisatie.

Lees verder

Informatie Strategie Nationale Veiligheid

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

“Wat is de strategie nationale veiligheid?

Met de strategie nationale veiligheid legt de overheid verschillende typen rampen of crises langs eenzelfde meetlat. Zij kijkt daarbij naar de waarschijnlijkheid dat een bepaalde crisis zich zal voordoen, hoe groot de impact van de crisis is als deze zich voordoet en wat daar aan te doen is. In andere woorden: “Wat komt er op Nederland af, hoe erg is dat en wat kunnen we daar aan doen?”. Door jaarlijks verschillende scenario’s te beoordelen op kans en effect krijgt de overheid steeds beter zicht op risico’sen kan ze gerichter bepalen waar prioriteiten gesteld moeten worden ten aanzien van de inzet van mensen en middelen. De strategie nationale veiligheid is het instrument waarmee de overheid aan risicomanagement doet.”

Download Factsheet Strategie Nationale Veiligheid

Reflexen of reflectie?

Een onderzoek naar de omvang van de risico-regelreflex

Auteur: Remco Roos

De respondenten laten een genuanceerd beeld van de risico-regelreflex zien. Op de brand in het vertrekcentrum in Ter Apel na, worden in alle Kamervragen maatregelen geëist. In zes gevallen zegt de bewindspersoon maatregelen toe en in alle zes gevallen worden uiteindelijk ambtelijk maatregelen voorbereid en uitgevoerd. Bij negen incidenten is er contact geweest met ambtenaren, dat in acht gevallen tot een interview heeft geleid. Van de acht geïnterviewde ambtenaren vinden drie respondenten vóór de bespreking van de indicatoren voor een risico-regelreflex dat er een overreactie is opgetreden.

Lees verder

Grip op Samenwerking

PRIMO Nederland organiseert samen met de Bestuursacademie Nederland een Rondetafelbijeenkomst als onderdeel van het Congres ”Grip op Samenwerking op 17 november 2011 te Utrecht. Deze rondetafel met als titel “Risico’s bij Bestuurlijke Samenwerking” is bedoeld voor bestuurders van gemeenten en provincies.

Onder leiding van prof.dr. Peter B. Boorsma (em.) Hoogleraar Universiteit Twente zullen drs. René L.P.J. Hooijdonk CMC (vennoot van WagenaarHoes Organisatieadvies), ir. Jack P. Kruf (gemeentesecretaris en founding president van Public Risk Management Organisation (PRIMO) Europe), mr. Robert P.G. ’t Hart (directeur van Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement) en drs. Edo A. van Bree (financieel beleidsmedewerker/treasurer gemeente Hengelo) een inleidende sprekersbijdrage leveren en hun stellingen poneren. Te denken valt aan:

Lees verder

Krimp of Niet

Advies betreffende demografische ontwikkeling Den Helder Team Deetman/Mans

“In opdracht van het ministerie VROM en op verzoek van de gemeente Den Helder, heeft het Team Deetman/Mans onderzoek uitgevoerd naar de achterliggende oorzaken van negatieve demografische ontwikkelingen in Den Helder en de omliggende regio.

De aanleiding voor het uitvoeren van dit onderzoek is de dreigende bevolkingskrimp en de afname van de werkgelegenheid in Den Helder. Vraagstukken rondom bevolkingsdaling vragen een gebiedsgerichte aanpak en de nodige bestuurskracht. Er zijn vragen over de bestuurskracht van de stad en de regio. De praktijk van regionale samenwerking is weerbarstig.

Lees verder

Geloofwaardigheid in politiek en bestuur

Het samenspel van maatschappelijke waarden en democratische besluitvorming

Geloofwaardigheid van politiek en bestuur legt voor Tilburgse School voor Politiek en Bestuur de basis voor een compleet onderzoeksprogramma de komende vijf jaren.

‘Vele onderwerpen domineren het publieke debat die begrepen kunnen worden als vragen naar geloofwaardigheid: de positie van de rechterlijke macht, het optreden van de politie, de publieke verantwoordelijkheid van woningbouwcorporaties, et cetera.

Lees verder

Inschrijven voor onze Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven voor alles rondom PRIMO & ontwikkelingen op het gebied van Risico Management? Schrijf dan in voor onze Nieuwsbrief.

© All rights reserved.
PRIMO.

Informatie voor leden

Volg ons