Gemeentelijke rekenkamers, een intrigerend gezelschap

Bron: Gemeente.nu, door Piet van Mourik

Rekenkamers blinken uit in gedegen rapporten voor onder in een ambtelijke lade, dat terwijl ze juist het gecompliceerde leven van gemeentebesturen zoveel makkelijker kunnen maken.

Gemeentelijke Rekenkamers. Een intrigerend gezelschap. Ruim 20 jaar geleden voorzichtig van start en sinds de invoering van het dualisme een onuitroeibaar fenomeen. Als een soort “FBI” onderzoekt ze achteraf zeer gedegen het gemeentelijk doen en laten. Conclusies komen in een gedegen rapport te staan.

Dienen zich spectaculaire verbeteringen aan?
Zelden. Gemeenteraadsleden buigen zich over de doorwrochte rapporttaal. Veel dank, schande en wartaal wordt uitgesproken. Met veel aplomb worden uiteindelijk de aanbevelingen overgenomen. Het college moet ermee aan de slag. In werkelijkheid gaat deze over tot de orde van de dag. Soms vraagt een kritisch raadslid na een tijdje hoe het zit. Omdat ieder raadslid wel eens ergens over zeurt komt de wethouder weg met “wordt aan gewerkt”, “in geest rapport wordt gehandeld” of “passende maatregelen zijn genomen”.

Jammer?
Ja. Vandaag de dag worden gemeenten belaagd door een landkaart aan data, belangengroepen, organisaties of voor- en tegenstanders. En als de gemeente er denkt uit te zijn blijkt een vraagstuk op een ander schaalniveau te moeten worden geregeld. Intussen eisen inwoners betrouwbaarheid. “Opgelaten ballonnetjes” zijn voor één keer oké. Daarna moet er wel voorspelbaar werk gemaakt worden van de plannen. Intussen willen diezelfde door “blogs en twitter” uitgeruste inwoners zelf aan de bak. Toepassen van voorradige rekenkamerkennis zou gemeenteraden flink kunnen helpen.

Willen de Rekenkamers dit?
Een enkel volhardend lid van het verenigingsbestuur wel. De meeste leden van rekenkamers blijven goedwillende “morele kruisvaarders”, die a-politiek, ‘streng-religieus’ onafhankelijk en professioneel te werk gaan. Ze worden bevolkt door ernstig gemotiveerde types uit de samenleving die de democratie een goed hart toedragen. Juist hun gedegen betrokkenheid maakt rekenkamers tot modeldiensten met een sterk zelfreinigend vermogen. Een club met eigen mores en regels leidt nu eenmaal vanzelf tot een dynamiek die haar eigen toekomst schetst.

Nuttig?
Zeker maar ook zonde. Gemeenten zijn nog weinig meer dan een “zeepbelletje in een emmer zeepsop”. Om haar invloed in de wereld te behouden dient ze werk te maken van haar regisserende rol. Sturen vindt dan plaats via het stellen van kaders. Gemeentebesturen hebben daarbij enorme behoefte aan kennis en informatie om in het ‘gigapalet’ dat op ze afkomt tot wijze afwegingen te komen.

Voorkant?
Rekenkameronderzoekers kunnen dit inzicht scheppen. Ze geven immers antwoord op grove gemeentelijke “miskleunen”. Deze kunnen voorkomen worden door “aan de voorkant” te opereren. Daarmee zagen ze niet aan de poten van het college. Integendeel, het zou ze tot een belangrijk onderdeel van de democratische “checks & balances” maken.

Oplossing?
Rekenkamerinformatie verdwijnt nu in diepe laden. Onze democratie zou bijzonder gediend zijn door de onderzoeksresultaten van hun leden te verzamelen, analyseren, beschikbaar stellen, actief verspreiden, ordenen en verzamelen en verdelen ten behoeve van gemeenten. Als een soort ‘airbnb’ kwaliteitsplatform draagt ze dan bij in de zoektocht naar het in balans brengen van de “representatie” en “participatie” democratie.

Kansrijk?
Zeker. Rekenkamerinformatie is het bruikbare instrument tegen de “alternatieve werkelijkheden” waaruit menig raadslid redeneert. Koekeloeren hoe de buren het hebben gefikst kan enorm helpen bij het stellen van heldere kaders. Gemeenten kunnen bovendien met deze kennis nieuwe maatregelen uittesten. Zo wordt aangetoond dat ze vooraf bewezen beleid voert en er wordt ook nog van geleerd. En de onafhankelijkheid? Nou die zit wel goed.