De Nederlandse Financiële sector veilig achter de dijken?

Bron: De Nederlandse Bank.

Op  5 oktober 2017 publiceert deze Nadere verkenning naar klimaatregelateerde financiële risico’s. Zij vat focus en bevindingen als volgt samen:

“Financiële instellingen moeten in toenemende mate rekening houden met de risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering en de overgang naar een klimaatneutrale economie. In dit rapport focust DNB op de impact van klimaatrisico’s op de Nederlandse nanciële sector. Deze impact is veelzijdig en dient zich steeds nadrukkelijker aan. DNB gaat klimaatrisico’s daarom steviger verankeren in haar toezicht met als uiteindelijke doel om duurzame nanciële stabiliteit te bewerkstelligen.

Dit rapport verkent relevante klimaatrisico’s voor de Nederlandse nanciële sector en de implicaties voor toezichthouders, marktpartijen en beleidsmakers. Hierbij worden twee risico- categorieën onderscheiden: (1) fysieke risico’s door klimaatgerelateerde schade zoals storm, hagel en overstroming; en (2) transitierisico’s als gevolg van het omschakelingsproces naar een klimaatneutrale economie. Binnen deze risicocategorieën hebben we een aantal voor de Nederlandse situatie relevante thema’s nader onderzocht. Dit zijn achtereenvolgens de gevolgen van klimaatverandering voor schadeverzekeraars, de impact van een grootschalige overstroming voor de nanciële sector, de risico’s die ontstaan binnen CO2-intensieve investeringen, alsook risico’s die kunnen ontstaan binnen groene investeringen.

Voor schadeverzekeraars is het aannemelijk dat zij te maken hebben met stijgende schadelasten door veranderend weer. Dit kan leiden tot een opwaartse druk op verzekeringspremies, waarbij prijsstijgingen mogelijk schoksgewijs plaatsvinden. Daarnaast maakt klimaatverandering het lastiger de huidige kans op extreem weer in te schatten. We constateren daarbij dat schadeverzekeraars in hoge mate leunen op catastrofemodellen van externe modelleerpartijen, die klimaat- veranderingstrends in Nederland vooralsnog niet expliciet in hun modellen opnemen. Daarmee kunnen risico’s potentieel onderschat worden. Sommige verzekeraars adresseren de onzekerheid in catastrofemodellen in brede zin door het aanscherpen van hun herverzekeringsprogramma’s.

Niet alle klimaatgerelateerde schade wordt verzekerd. Dat is in het bijzonder het geval voor een voor Nederland zeer karakteristiek risico, namelijk dat op overstroming. Schadelasten als gevolg van overstroming slaan in eerste instantie neer bij de overheid, huishoudens, bedrijven en andere organisaties. De nanciële sector kan via haar blootstellingen op deze partijen te maken krijgen met verliezen. Uit een scenarioanalyse blijkt dat overstromingen met een waarschijnlijkheid die in lijn ligt met normen binnen nanciële toezichtkaders (1 op 200 tot 1 op 1000 jaar) kunnen leiden tot schadelasten van zo’n 20 tot 60 miljard euro. Hiervan zullen naar verwachting ten minste enkele miljarden neerslaan op de balansen van nanciële instellingen.

Ook de in gang gezette overgang naar een CO2-neutrale economie kan de financiële sector raken. Abrupt klimaatbeleid en ontwikkelingen in CO2-neutrale technologieën kunnen leiden tot afwaarderingen van leningen aan en beleggingen in bedrijven met een CO2-intensief productieproces of waarvan producten sterk bijdragen aan de uitstoot van CO2. Onze uitvraag laat zien dat de nanciële sector aanzienlijke blootstellingen heeft op bedrijfstakken die het leeuwendeel van de CO2 uitstoten en dat deze licht zijn toegenomen in vergelijking met 2015. Ook vastgoedportefeuilles staan bloot aan transitierisico’s, waarbij door komende aanscherpingen in duurzaamheidseisen concrete uitdagingen ontstaan op de Nederlandse kantorenmarkt. Uit een steekproef op commercieel vastgoed blijkt dat een groot deel van het onderpand een matig tot slecht energielabel heeft.

In het kielzog van het klimaatakkoord van Parijs is de markt voor groene nanciering in opkomst. Hier kunnen risico’s ontstaan waar rekening mee moet worden gehouden. Zo hebben eerdere technologische transities geleid tot zeepbelvorming op nanciële markten. Ook bij de energietransitie kunnen mogelijke overwaarderingen ontstaan. Hier moeten instellingen waakzaam voor zijn. Daarnaast ziet DNB een opkomst van groene nanciële producten, zoals groene obligaties, groene hypotheekleningen en groene marktindices. Instellingen moeten bij de ontwikkeling van deze producten bedacht zijn op green washing: wanneer groene producten minder ‘groen’ blijken te zijn dan gedacht of uitgedragen, kan reputatieschade ontstaan.

DNB vindt het als toezichthouder belangrijk dat 5 klimaatrisico’s adequaat geïdenti ceerd en beheerst worden. Van nanciële instellingen verwacht DNB dat zij de voor de eigen balans relevante risico’s in kaart hebben. Dat kan onder meer door de verdere ontwikkeling van forward looking risicomanagement. Daarbij is het belangrijk dat nanciële instellingen relevante data ontsluiten om risico’s beter te kunnen beoordelen. Dit geldt bijvoorbeeld bij het in kaart hebben van de energielabels van verschillende type vastgoed blootstellingen. We zien dat schadeverzekeraars al in relatief hoge mate aandacht hebben voor fysieke klimaatrisico’s. Wel kunnen zij in hun risicomanagement en speci ek binnen hun risicomodellering meer rekening houden met klimaatverandering, mogelijk in samenwerking met de voor hen relevante externe modelleerpartijen.

Daarnaast hebben toezichthouders en beleids- makers een belangrijke rol in het identi ceren en beperken van de omvang van klimaatrisico’s. Zo is het onder andere van belang dat beleidsmakers inzetten op betere rapportagestandaarden voor klimaatrisico’s en dat toezichtkaders gebaseerd blijven op onderliggende risico’s. DNB gaat klimaatrisico’s verder verankeren in haar toezichtaanpak en zet in op implementatie en verdere ontwikkeling van klimaat stresstesten. Tot slot zal DNB blijven bijdragen aan kennisopbouw en internationale uitwisseling van kennis over klimaatrisico’s tussen toezichthouders.”

Download rapport: 1706275_DNB Klimaatverandering