De circulaire economie van kunststof: van grondstoffen tot afval

Bron: Centraal Planbureau.

Deze studie geeft een welvaartseconomisch overzicht van de circulariteit van de kunststofketen. De studie gaat in op de belangrijkste stromen van primaire productie, recycling en afval van kunststoffen, benoemt de belangrijkste mechanismen die vraag en aanbod van kunststoffen beheersen en geeft aan waar de belangrijkste schades optreden.

PRIMO heeft de bevordering van good governance ten behoeve van de bereiking of borging van publieke waarden, zoals een schoon milieu, in haar missie. Deze CPB-notitie belicht de kritische punten hiervan en beschrijft de effecten (lees: publieke risico’s ). ISO definieert risico als ‘het effect van onzekerheid op doelbereiking’. In dit geval is de governance zelf de onzekere factor. Het CPB roept op tot innovatie van de governance.

Lees ook persbericht Meer plastic inzamelen levert beperkte milieuwinst: innovaties geboden.

Het CPB: “Redenen om de kunststofketen meer circulair te maken omvatten het beslag op schaarse grondstoffen, milieuvervuiling bij grondstofwinning en de productie van kunststof en tot slot milieuvervuiling door kunststofafval (plasticsoep, zwerfvuil, milieuvervuiling bij storten en verbranden). In dit onderzoek brengen we op hoofdlijnen de kunststofketen in kaart, maken we genoemde problemen inzichtelijk en geven we aanzetten voor beleidsopties. De belangrijkste conclusies zijn:

  1. Het productievolume van kunststof is de afgelopen vijftig jaar belangrijk sterker toegenomen dan het wereldwijde bbp. Dat zal naar verwachting de komende decennia ook het geval zijn.
  2. De uitputting van fossiele grondstoffen voor kunststofproductie (olie of gas) speelt de komende decennia een bescheiden rol, aangezien mondiale verduurzaming van de transport- en energiesector maakt dat de olievoorraad naar verwachting nog voor enkele honderden jaren toereikend is voor de productie van kunststof. Ook de voorzieningszekerheid van olie en gas zal waarschijnlijk in de komende decennia geen overwegend argument zijn bij de productie van kunststof.
  3. Het gebruik van kunststoffen gaat gepaard met externe schades met name als gevolg van vervuiling van de leefomgeving, de ‘plasticsoep’ en de uitstoot van CO2. De (illegale) stort en de uitstoot van fijnstof, NOx en SOx zijn (in West-Europa) effectief aan banden gelegd door regelgeving.
  4. Bioplastic en recycling van kunststof vormen maar beperkt alternatieven voor de fossiele productie van kunststof.
    – Biobased plastic, kunststof gemaakt van biomassa, biedt naar verwachting geen oplossing voor de problemen met zwerfafval en de plasticsoep.
    – Wel is sprake van een beperkte winst bij de reductie van de CO2-uitstoot, maar er is tegelijkertijd sprake van een geïntensiveerd beslag op natuur- of landbouwgrond.
  5. Het intensiveren van het scheiden van kunststof afval van huishoudens via bijvoorbeeld ‘de plastic heroes’ voor recycling is, bij de huidige technologie, vanuit het oogpunt van de maatschappelijke welvaart niet kansrijk. Het merendeel van het gerecyclede kunststofafval bestaat uit ‘mix’ (een samenstelling van allerlei verschillende soorten plastic) en ‘folies’, waarvoor de toepassingsmogelijkheden beperkt zijn. De marktprijs van ‘folies’ en ‘mix’ is laag en soms zelfs negatief. Tegelijk is recycling van kunststof uit gescheiden huishoudelijk afval nu nog erg kostbaar. De kosten van inzameling en verwerking van deze ‘mix’ zijn daardoor belangrijk hoger dan de marktprijs. De lage prijs komt met name door die beperkte toepassingsmogelijkheden. Daarnaast is de lage prijs van primair plastic (olieprijs en CO2-prijs) hier debet aan. Een toename in de recycling, bijvoorbeeld door steviger te sturen op de hoeveelheid restafval van huishoudens, zal leiden tot een nog grotere stroom van een product met beperkte afzetmogelijkheden. Dit kan weer leiden tot voorraadvorming, of het alsnog verbranden van het gescheiden afval. De milieuwinst komt daarmee onder druk te staan. Recycling vormt geen oplossing voor zwerfafval en de plasticsoep. Recycling draagt in beperkte mate bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot.
  6. De kwaliteit van het gerecyclede kunststof en daarmee de toepassingsmogelijkheden kunnen ook bij de huidige technieken al worden verbeterd door de sortering te verbeteren. Dit maakt de bewerking echter wel duurder. De financiële prikkels sturen op dit moment echter naar een zo hoog mogelijke output in plaats van een zo hoog mogelijke marktwaarde. Het inrichten van het instrumentarium met een grotere focus op kwaliteit zou de milieuwinst van het recyclen van kunststofafval kunnen doen verbeteren. Dit moet nader onderzocht worden.
  7. Een bijkomend effect van het sturen op de hoeveelheid restafval van huishoudens (door tarifering of het lastiger maken om restafval kwijt te raken door omgekeerd inzamelen) is dat hiermee de kans op vervuiling van overige afvalstromen, zoals groente- en tuinafval, toeneemt. Plastic in compost vormt in Nederland een belangrijke bron voor plastic in het oppervlaktewater en daarmee de plasticsoep.
  8. Het uitbreiden van het statiegeldsysteem is een vorm van beleid die direct aangrijpt bij de preventie van zwerfafval en daarmee de reductie van de voeding van de plasticsoep vanuit Nederland. Kunststof zwerfafval bestaat voor ruim 90 procent uit verpakkingen. Uitbreiding van het statiegeldsysteem geeft gebruikers een prikkel om afval in te zamelen in plaats van weg te werpen in de leefomgeving. Of de baten ervan opwegen tegen de kosten is niet onderzocht.
  9. Ook bij het tegengaan van andere bronnen van de plasticsoep kan overheidsbeleid een bijdrage leveren, bijvoorbeeld op het terrein van regelgeving, wellicht veelal in internationaal verband (zoals het tegengaan van het gebruik van kunststof in cosmetica). Andere aangrijpingspunten zijn het stimuleren van innovatie om technieken te verbeteren die kunststof uit afvalwater filteren (van bijvoorbeeld het wassen van textiel) en het terugdringen van de vervuiling door kunststof in het groente-, fruit en tuinafval. Of de baten van de maatregelen opwegen tegen de kosten is niet onderzocht.
  10. De voorgaande hoofdconclusies volgen uit een analyse die uitgaat van de huidige stand van de techniek. Technologische ontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld de kwaliteit van het gerecyclede kunststof verbeteren en de kosten reduceren. De overheid kan bijdragen aan dit proces door het stimuleren van innovatie met subsidies, green deals of fiscale regelingen. Ook kan het beprijzen van de externe effecten soelaas bieden. Dit kan vernieuwende duurzame initiatieven vanuit de samenleving de financiële ruimte geven om tot wasdom te komen.”

Download CPB-notitie De circulaire economie van kunststof.